vrijdag 22 april 2016

In de bergen van Matagalpa

Een aantal weken geleden schreef ik over mijn vriendin Dulce en haar gastvrije familie waarmee ik naar de zee ben geweest. Afgelopen weekend mocht ik weer met deze familie mee op avontuur, dit keer niet naar de zee, maar naar Matagalpa. De moeder van Dulce (die ook Dulce heet) heeft daar een bibliotheek opgericht voor de kinderen die in de bergen wonen. Om de 15 dagen gaat zij samen met haar dochter naar de bibliotheek om daar de kinderen te vermaken.
Zaterdag 16 april werden Jordy en ik om 05:45 uur opgepikt door Dulce, Dulce en hun vriend uit Peru om samen naar Matagalpa te gaan. Het was een lange reis, achterin de bak van de pick-up truck. Tijdens de reis zagen we de mooiste landschappen, maar als je goed keek werd je al snel geconfronteerd met de extreme armoede in dit land, zoals de dode koeien langs de weg. Door het natuurverschijnsel El Niño heerst er enorme droogte in dit land, wat natuurlijk rampzalige gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de boeren in dit land.
Eenmaal aangekomen in Matagalpa kregen we te horen dat we drie meisjes van het busstation gingen ophalen, zij zouden ons gaan helpen met de spelletjesmiddag in de bibliotheek. Vervolgens gingen we met z’n achten eerst naar de oma van Dulce, een vrouw van negentig die nog dagelijks de bergen in Matagalpa beklimt. Daar mochten we ons even opfrissen en al snel gingen we weer verder, want we hadden nog een lange dag te gaan. Om bij de bibliotheek te komen moesten we de bergen in met de auto. Het was een steile weg, die de auto niet veel goeds heeft gedaan.
We stopte bij een huisje, het huisje van de familie van Dulce. Daar besproken we de spelletjes die we gingen spelen met de kinderen. Het was duidelijk dat Dulce & Dulce alles tip top hadden voorbereid. Het spelprogramma was voor iedereen uitgeprint en ze hadden voor al het materiaal gezorgd.
Een uur na de instructie arriveerden de eerste kinderen, ze kwamen naar beneden gelopen, wat wil zeggen dat ze nog hoger wonen dan de bibliotheek. Later die dag zijn we een keer naar beneden gelopen, naar de stad, dit duurde ongeveer 45 minuten. De kinderen boven op de berg moeten elke ochtend naar beneden lopen om naar school te kunnen en vervolgens een hele klim naar boven maken om weer naar huis te gaan. De weg is geen pretje, overal liggen kleine kiezelsteentjes waardoor je makkelijk weggeleid.
Toen alle kinderen bij de bibliotheek waren aangekomen kon de spelletjesmiddag beginnen! Iedere vrijwilliger kreeg 5 kinderen toegedeeld van verschillende leeftijden. De spellen die we speelden waren: zaklopen, met een limoen op je lepel lopen, bekertjes water naar de andere kant brengen en plasticflessen verzamelen.  Het leukste spel vond ik zelf het verzamelen van de plasticflessen. Het team dat de meeste flessen verzamelden won. Die zelfde ochtend was er nog een ‘flessenverzamelaar’ langs gekomen om de buurt op te ruimen. Ondanks dat die man de flessen in de ochtend al had opgehaald, hebben alle teams bij elkaar uiteindelijk 299 flessen verzameld! Zo zie je dat er weinig respect is voor de natuur in dit land, want de kinderen renden ver de bossen in om de flessen te verzamelen en zelfs in ‘the middle of nowhere’ vonden de kinderen flessen en ander plastic afval. Het mooie aan het initiatief van Dulce is dat ze de kinderen de buurt laat opruimen door de flessen te verzamelen, maar ook dat ze de flessen recyclet door er met de kinderen knutselwerkjes van te maken.
Na een vermoeiende, warme, maar super leuke middag met de kinderen zijn Jordy en ik met de andere vrijwilligsters naar de stad gelopen. Matagalpa is een prachtige stad, vooral in vergelijking met Managua. Er ligt minder vuilnis langs de kant van de weg en overal waar je kijkt zie je op de achtergrond bergen. Jordy is die avond in de stad gebleven en ik ben samen met de twee Dulces weer terug de berg opgegaan naar hun huisje.
Ik was heel bang dat ik snachts zo sterven aan een hartaanval vanwege mijn insectenfobie, er zitten daar namelijk reusachtige krekels, spinnen, slangen en andere enge dieren. Toch heb ik de nacht overleefd en misschien wel mijn angst overwonnen. Ik heb daar heerlijk geslapen, want het was daar snachts heerlijk koud.
In de ochtend werd ik wakker gemaakt voor koffie en een zelfgemaakt ontbijtje van Dulce’s moeder. Ik heb me gewassen door buiten een bak water over me heen te gooien, want stromend water is er niet.
Nadat we het huis hadden opgeruimd (en ik een half uur over een beetje afwas had gedaan, omdat ik het niet gewend ben om de afwas met een bakje water te doen), daalde we weer af naar het dorp. Op de weg naar beneden bood Dulce een man die naar beneden liep een lift aan naar de stad. Later vroeg ik Dulce of hij de vader was van een van de kinderen van de bibliotheek. ‘Ja’, zei ze, ‘het is een triest verhaal’. Toen de man weg was vertelde ze mij het verhaal. Het was de vader van een van de kinderen. Hij had een dochter van elf, die wekelijks in de bibliotheek kwam. Ze kreeg een ziekte, aan haar lever als ik het goed heb verstaan, een ziekte die in Nederland makkelijk te genezen was. In het ziekenhuis waar dit meisje terecht kwam was het medicijn niet te verkrijgen. Dulce en Dulce hebben al hun vrienden en familie ingeschakeld om opzoek te gaan naar het medicijn. Toen ze eindelijk het medicijn bij het meisje kregen, was het te laat, het meisje overleed in januari dit jaar. Dulce vertelde me later dat dit soort dingen hier vaker gebeuren, ‘de overheid heeft geld voor de bomen van het leven, maar niet voor de ziekenhuizen’ aldus Dulce. De bomen van het leven zijn grote metalen bomen die door heel Managua staan en veel geld hebben gekost, veel mensen hebben daar kritiek op, omdat het de boom van het leven heet terwijl het de bevolking niks oplevert. Het verhaal van de vader en het meisje raakte me enorm, waardoor een mooie ochtend toch al snel weer veranderde in een trieste dag. Op de terugweg naar Managua zagen we hoe mannen langs de weg aapjes en vogels verkochten, het vrolijkte me op dat Dulce en Dulce stopte om naar de mannen een afkeurend gebaar te maken.
De reis naar Matagalpa heeft me veel geleerd, ik dacht een lange tijd dat het hier redelijk goed geregeld was met de gezondheidszorg, omdat er gratis ziekenhuizen zijn, maar daar heb je natuurlijk niks aan als er geen medicijnen zijn. Ook dacht ik dat het onderwijs hier nog wel een beetje goed geregeld was, de scholen zijn gratis, maar als je dagelijks de berg af en op moet lopen om naar school te kunnen, waar maar één juf is, die niet eens een diploma heeft, dan valt dat ook vies tegen. Ook heb ik geleerd dat je heel veel mensen blij kunt maken door een keer je hulp aan te bieden zonder er iets voor terug te vragen, ik werd er zelf in ieder geval erg blij van en ik hoop dat in de toekomst nog meer mensen Dulce willen helpen met haar bibliotheek.


Adiós.
















zaterdag 9 april 2016

Als je lief bent krijg je een snoepje.

De week voor Pasen was het vakantie, hier wordt deze week de Semana Santa (de heilige week) genoemd. Tijdens deze vakantie ben ik een weekje in Nederland geweest, waardoor ik o.a. de 21ste verjaardag van Nelke (mijn zusje) mee kon maken en weer even kon genieten van een warm bad. Deze week heb ik ook goed na kunnen denken over de ordeproblemen op Colegio MaasWaal. Het eerste wat ik deed, na een hele dag slapen vanwege de lange reis, was het fotoalbum online in elkaar zetten en bestellen. Helaas was het best duur om het fotoalbum te laten maken, waardoor ik er maar één heb besteld (voor de school). De schoolfoto’s van mijn leerlingen heb ik later in Nicaragua nog uitgeprint. Doordat ik lang bezig ben geweest met het in elkaar zetten van het fotoalbum, kende ik na mijn terugkomst in Nicaragua al veel namen. Ook had ik in Nederland tijd om werkvormen te bedenken voor de Engelse les en om enkele werkvormen uit te printen, deze kwamen later in Nicaragua erg van pas.
De ordeproblemen op het Colegio MaasWaal in Managua bestaan vooral uit het feit dat de leerlingen door de klas roepen als ze iets willen zeggen, door de klas lopen of rennen zonder het te vragen en elkaar een klap verkopen als iets ze niet aanstaat. Dit zijn problemen die Jordy en ik natuurlijk niet zomaar kunnen oplossen, ook niet als we de namen allemaal kennen.
Het eerste wat er moest gebeuren, was het opstellen van duidelijke regels, want zonder regels is alles toegestaan. Ik heb in de eerste klas de regels op het bord geschreven met tekeningen erbij. Regel 1: geen geweld in de klas. Regel 2: op je plaats blijven zitten, dus niet lopen of rennen. Regel 3: het is stil tijdens de les, als je iets wil zeggen dan steek je je vinger op. Deze regels waren niet geheel nieuw, want tijdens mijn eerste lessen aan alle klassen heb ik deze regel ook genoemd, maar deze zijn helaas niet blijven hangen. Tijdens mijn eerste les na de vakantie aan de eerste klas had ik een assistent, Cristofer, een jongen uit de vierde klas die later graag leraar wil worden. Telkens als er een regel overtreden werd, vroeg Cristofer aan de leerlingen welke regel er overtreden werd. Dit gebeurde ongeveer tien keer achter elkaar en nam 20 minuten van de les in beslag. Toch werkte het erg goed, want tegen het einde van de les luisterden de leerlingen allemaal. Het hielp me erg veel dat ik al veel namen kende, want hierdoor kon ik de leerlingen direct aanspreken op hen gedrag.
De volgende les aan de eerste klas had ik helaas geen Cristofer die me hielp en ik had geen zin om weer twintig minuten te besteden aan het corrigeren van de leerlingen.  Om ervoor te zorgen dat de leerlingen zich ook deze les aan deze regels zouden houden en om het goede gedrag te belonen, bedacht ik het volgende.  Als een leerling zich niet aan de regels houdt, dan komt zijn/haar naam op het bord te staan bij het boze poppetje. Als een leerling een andere leerling slaat of schopt, dan komt er meteen een streepje achter de naam. Maar goed,  de leerlingen zijn natuurlijk ook niet dom, want wat boeit het nou als je naam op het bord staat toch? Daarom heb ik bedacht om de leerlingen die niet op het bord staan te belonen met een lolly. Om ervoor te zorgen dat ik geen 40 lolly’s per les kwijt ben aan de leerlingen, moeten de leerlingen ook alle opdrachten af hebben als ze een lolly willen verdienen. Normaal gesproken is er maar één leerling die alle opdrachten af heeft, tijdens de les met de lolly’s waren dat er twaalf! Nu hoop ik maar dat de leerlingen niet elke les een lolly zullen verwachten…
Nadat de leerlingen het volkslied en het gebedje hadden gezongen op maandagochtend, gaven Jordy en ik het fotoalbum cadeau aan de school. De leerlingen en ook de docenten waren heel blij met dit cadeau, iedereen wilde graag zien hoe ze op de foto stonden. Die zelfde week heb ik ook met de docenten van mijn klassen afgesproken dat ik alle drie de klassen nu voortaan twee uur in de week les zal geven, i.p.v. één uur per week. Hopelijk kan ik op die manier voor meer orde en structuur zorgen tijdens de lessen en kan ik ze nog iets meer Engels leren voordat ik weer naar Nederland vertrek.

Natuurlijk ben ik niet alleen maar met school bezig en doe ik ook nog leuke dingen. Zo ben ik afgelopen vrijdag met Jordy naar de markt van Masaya geweest, waar we ons als echte toeristen hebben gedragen: veel foto’s maken en souvenirtjes kopen! Over mijn toeristische activiteiten zal ik in mijn volgende blog meer schrijven. 

















maandag 14 maart 2016

Het land van de contrasten.

 In de supermarkt
Je kent het vast wel, je staat in de rij bij de Aldi en er staan vijf mensen voor je in de rij, je ergert je kapot dat er geen nieuwe kassa open gaat en je hebt spijt dat je niet naar de Jumbo bent gegaan, want daar had je je boodschappen gratis gekregen met zo’n lange rij. Je probeert jezelf te kalmeren door te denken, achja de boodschappen zijn niet voor niks zo goedkoop, er werken hier misschien maar 3 mensen vandaag. Hier in Nicaragua gaat dat heel anders. Voor wat grotere boodschappen dan alleen twee flessen water, ga je naar de Maxi Palí. Dat is een grote supermarkt waar heel veel mensen werken. In elk deel van de winkel staat er iemand klaar om je te helpen bij het maken van de juiste keuze. Als je vervolgens naar de kassa loopt staan er ongeveer tien mensen voor je, de eerste keer denk je: ‘oh dit zal snel gaan’ of ‘er gaat zo vast een nieuwe kassa open’, maar nee. De wachttijd aan de kassa van de Maxi Palí is te vergelijken met de wachttijd van de Python in de Efteling, echter kun je daarna geen ritje maken in een attractie. Het duurt vreselijk lang voordat je aan de beurt bent, want de kassière heeft alle tijd. Daarentegen klaagt er hier niemand over de lange rij en wacht iedereen rustig af tot ze aan de beurt zijn.
De mensen hier hebben erg veel geduld, wat ook erg goed van pas komt, want de meeste Nicaraguanen komen te laat op hun afspraken. Een van de eerste dingen die ik de docenten leerde in het Engels (naast alle cijfers, het alfabet en de persoonlijke voornaamwoorden) was de zin: ‘I am sorry for being late’.

Het land van de contrasten
De titel van deze blog is ‘het land van de contrasten’, dit is hoe ik Nicaragua zou omschrijven aan mensen die hier nog nooit zijn geweest. Het land kent namelijk veel contrasten, waardoor je continu verwonderd bent van de dingen om je heen. Als je naar links kijkt zie je een ‘huisje’ dat gemaakt is van karton en golfplaten, maar als je naar rechts kijkt zie je een luxe koloniaal gebouw, langs de straat ligt vuilnis en ondertussen rijdt er een splinter nieuwe auto langs. Arm, rijk, blank, getint, hoog opgeleiden en laag opgeleiden, joden, katholieken, protestanten en johova getuigen, alles leeft hier naast en met elkaar. In Nicaragua bestaat er geen minderheid die gediscrimineerd wordt, volgens mijn collega Cristian. Als er onderscheid wordt gemaakt tussen mensen dan is dat tussen arm en rijk, maar zelfs zij gaan goed met elkaar om volgens Cristian.

De school
Zoals ik op mijn vorige blog al aangaf is er op de school veel gebrek aan orde en structuur. Het belangrijkste wat ik tijdens mijn vorige stage (in Nederland) heb geleerd, is dat het kennen van de namen van de leerlingen erg belangrijk is om orde te houden en om een relatie op te bouwen met de klas. Op het Colegio Maas Waal in Nicaragua is er geen klassenlijst, leerling volgsysteem of een fotolijst van alle leerlingen, zelfs de docenten kennen niet alle leerlingen bij naam (wat niet gek is met een klas van 50 leerlingen). Om die reden heb ik de school aangeboden om schoolfoto’s te maken van alle leerlingen. Om ervoor te zorgen dat de juiste namen bij de juiste foto’s terecht kwamen heb ik de leerlingen een voor een voor het bord gezet en de naam en de klas er naast geschreven. Hier ben ik twee volle schooldagen mee bezig geweest, het was een hele klus, maar nu staan alle leerlingen op de foto. Het is nu de bedoeling om voor elke klas een klassenboek te maken met daarin alle foto’s. Hopelijk zal dit helpen om meer orde te houden, want zo kunnen de docenten en wij (Jordy en ik) de namen leren en de kinderen bij naam noemen.

El Chocoyero
Een van de mooiste dingen die wij de laatste weken hebben gezien was el Chocoyero, een bos vernoemd naar de vogel die daar leeft de ‘Chocoyo’. In dit bos (voor ons Nederlanders meer een jungle) leven prachtige dieren, zoals de brulaap, chocoyos en ook slangen. Helaas voor ons hebben wij alleen een paar mooie vogels voorbij zien vliegen en heb ik alleen een grote mier en een tor op de foto gekregen, maar dat maakte de wandeling niet minder mooi. Er staan prachtige bomen in dit bos, waarvan de wortels boven de grond zichtbaar zijn. Ook konden we de brulapen van ver horen ‘brullen’ het klonk net als of er een trein door een tunnel reed. Een echte aanrader dus voor mensen die ooit naar Nicaragua gaan.

Las Salinas Grandes
De mooiste dag hier in Nicaragua was toch wel echt afgelopen zondag (13 maart). Ik was door mijn vriendin ‘Dulce’ uitgenodigd om samen met haar en haar familie naar ‘Las Salinas Grandes’ te gaan. Ik had geen idee wat mij te wachten stond, maar ze vertelde mij dat dit aan de stille oceaan lag, dus ik was meteen verkocht.
Het was de bedoeling dat we om 08:00 uur zouden vertrekken, maar dit werd uiteindelijk 09:30 uur. Toen iedereen eindelijk klaar was vertrokken we met z’n vijven in de twee persoons pick-up truck, Dulce zat tussen haar ouders voorin en haar vriendin Claudia en ik zaten achter de twee stoelen gepropt in het laatste beetje ruimte in de auto. Het was een lange en oncomfortabele reis, dit maakte echter niks uit, want het landschap was prachtig. Onderweg zagen we verschillende vulkanen en deed Dulce’s vader de mededeling dat we ook nog even langs León moesten. Gelukkig had de familie door dat ik León nog nooit had gezien en stopte we even om wat foto’s te maken van de prachtige kathedraal en raspado (geraspt ijs met geconcentreerde melk) te eten , heerlijk.
Daarna draaiden we weer om, om onze reis te vervolgen naar Las Salinas Grandes, waar de familie van Dulce een strand huisje heeft.
Voordat we arriveerden had ik een ander beeld bij het strandhuisje, ik had daar een wc verwacht, vandaar dat ik in León niet naar de wc was gegaan. De realiteit was alleen anders, er was slechts een latrine, weer een ervaring rijker.
Voordat we gingen zwemmen moest er eerst vis gegeten worden, want ‘’je bent niet echt aan de zee geweest als je geen vis hebt gegeten’’ aldus de moeder van Dulce. Na het eten was het dan eindelijk zover, we konden gaan zwemmen in de Stille Oceaan, het was heerlijk! Het zand op het stand was niet geel of wit, maar zwart door de vulkanen, heel bijzonder.
Toen de zon bijna onderging kwam de familie samen op het strand om gezamenlijk de zonsondergang te bekijken, het was prachtig!
Als of dit allemaal nog niet genoeg was, mochten we op de terug weg in de bak van de auto, waardoor we heel veel sterren konden zien en nog iets veel mooiers… Namelijk een vulkaan (de Mombotombo) die lava spuwde. Helaas kon ik hier geen foto van maken, omdat het te donker en te ver weg was.
Hopelijk mag ik nog een keer mee met deze gastvrije familie en dan naar Matagalpa, waar zij een bibliotheek hebben voor de kinderen in het bos.

Adiós amigos!












  

woensdag 24 februari 2016

cassettebandjes gooien

Vorige week maakte Christian (de docente Engels) bekend dat zij vanaf maandag 22 februari voor een maand ergens anders zou gaan werken. Al snel werd duidelijk dat dit betekende dat wij haar lessen moesten overnemen. Christian geeft zelf ongeveer 16 uur in de week Engelse les, waarvan wij er acht gaan geven.
Maandag begon het avontuur, we moesten les geven aan klassen die we in Nederland groep 3 en groep 4 noemen. We begonnen de les door ons zelf voor te stellen in het Engels en in het Spaans, vervolgens moesten de leerlingen zich allemaal gaan voorstellen in het Engels met 'my name is ...'. Tot onze grote verbazing waren de kinderen extreem verlegen en kwam er weinig geluid uit hun mondjes, terwijl ze 15 minuten daarvoor nog tegen ons aan schreeuwden op de speelplaats.
Vorige week zagen we dat veel leerlingen door de les roepen en lopen als ze iets willen zeggen, daarom legde ik na het voorstelrondje uit wat onze regel is. Ik tekende een hand op het bord en schreef daar groot bij 'Cuando tiene un pregunta' (wanneer je een vraag hebt).
Tijdens de les heb ik de leerlingen een aantal keren moeten corrigeren, omdat ze het niet gewend zijn om hun hand op te steken, maar toch leerde ze het al snel en waren ze erg enthousiast over de Engelse les.
Het enthousiasme van de leerlingen kwam vooral naar voren toen we het gingen hebben over dieren. Ik vroeg de leerlingen in het Spaans om een aantal dieren (in het Spaans) op het bord te schrijven. Als we niet wisten welk dier het was vroegen we welk geluid het dier maakte. Vervolgens vroegen we de kinderen of ze de namen van de dieren ook in het Engels kenden, enkele wisten een aantal dierennamen te benoemen. We vulden de Engelse benamingen van de dieren aan en Jordy voegde nog wat dierengeluiden toe. Vooral het moment waarop Jordy een paard nadeed zullen de kinderen en de docente nooit meer vergeten.
Naast het benoemen van de dieren in het Engels en het voorstelrondje, hebben we ook gekeken tot hoever de leerlingen konden tellen in het Engels. Aan alle klassen geven we deze week ongeveer dezelfde les, de hogere klassen hebben we tot de 100 laten tellen, maar verder hebben we de les een beetje hetzelfde gehouden.
In een klas was het echter niet mogelijk om ook maar iets te doen met de kinderen. Ik heb het hier over de beruchte peuterklas. Het is een klas van ongeveer 40 kinderen van ongeveer vier jaar. Deze kinderen staan dagelijks strak van alle snoepjes (die nog eens tien keer zoeter zijn dan die in Nederland) die ze in de pauze kunnen kopen bij het snoepkraampje op het schoolpleintje en zijn dus ontzettend druk en kunnen zich vrijwel niet concentreren. Aangezien dit kinderen zijn van vier, kunnen ze nog niet eens verder tellen dan vijf in het Spaas, dus laat staan in het Engels. Voorafgaand aan deze les hebben Jordy en ik afgesproken om de dieren op het bord te tekenen, in plaats van te schrijven, omdat we wisten dat deze kinderen niet konden lezen. Ik kan niet zeggen dat ik een ware kunstenaar ben, maar ik kan toch wel degelijk een leeuw tekenen. Toen ik de leerlingen vroeg welk dier er op het bord stond reageerde de kinderen in koor: 'De zon!'. Ik heb uiteindelijk 6 dieren op het bord getekend waarvan ze er twee goed hebben geraden in het Spaans. We hebben nog geprobeerd de kleuren in het Engels te leren met duplo, maar ook dit ging er niet in bij de kinderen. Als de kinderen al tegen ons praten zeiden ze dat ze wilden spelen. Kortom, het was een vreselijke les waarin ik mijn stem ben verloren en mijn liefde voor schattige peutertjes, doe mij maar gewoon pubers. Een ding heb ik wel geleerd van deze klas en dat is dat ik me in Nederland niet moet aanstellen als het gaat om orde problemen.
Na onze les aan de peuters moest ik even bijkomen. We zijn even buiten de poort van de school gelopen waar twee jongetjes ons riepen. Ze waren de film van cassettebandjes in een boom aan het gooien, net zoals ze in de Verenigde Staten huizen met wc-papier bekogelen. In eerste instantie waren we een tikkeltje terughoudend, want ja het is toch de natuur die je bevuilt. Na lang aandringen hebben we toch maar een paar cassettebandjes de lucht ingegooid en het voelde heerlijk, We konden weer verder met de volgende les..

donderdag 18 februari 2016

Cultuurschok


Na een reis van 24 uur (inclusief de reis naar Schiphol) kwamen wij (Jordy en ik) op maandag 15 februari om 23:00 uur aan op het vliegveld in Managua. We zijn dus terug in de tijd gevlogen, heel apart, maar ook heel erg vermoeiend.
Op het vliegveld werden wij opgewacht door onze contactpersoon Bart. Onderweg naar ons appartement reden we langs erg armoedige woningen. Tot mijn grote verbazing stopte we al snel met rijden en kwamen we aan bij onze woning, deze lag tussen zo’n zelfde woningen als die ik onderweg zag. Sober zou je de woningen niet kunnen noemen, want ze zijn allemaal erg kleurrijk.
De volgende ochtend werden we meteen in het diepe gegooid. Bart bracht ons naar de school en stelde ons voor aan alle docenten, daarna verliet hij de school en moesten wij ons zien te redden met ons beste Spaans. Gelukkig houden de docenten er rekening mee dat we nog niet zo goed Spaans praten, door veel handgebaren te maken. Enkele docenten spreken gebrekkig Engels en het is dan ook onze taak om deze docenten Engelse les te geven en vooral te helpen bij de uitspraak van Engelse woorden.
Wat mij meteen opviel, was dat de Nicaraguanen erg aanhankelijk zijn. De kinderen knuffelen de docenten, de directeur en ons, zonder waarschuwing! Zo heb je ineens tien kinderen aan je arm hangen. Ook zijn de kinderen erg nieuwsgierig, ze willen weten hoe je ouders, broers, zussen, ooms en tantes heten en ze willen overal foto’s van zien (of zelf maken). De eerste les die we observeerde was best wel shocking, de kinderen luisteren heel slecht naar de leraar en rennen, springen, schreeuwen en klimmer door en uit het lokaal. Gelukkig zien ze er allemaal heel schattig uit, waardoor je ze alles zo weer vergeeft.
De tweede ochtend dat we naar school liepen zagen we een hond die er extreem mager uit zag, ik had hem graag eten willen geven, maar ik was te gierig om een rabiësprik te nemen, dus ik durf niet in de buurt van de dieren te komen. Toen we terug liepen van school lag de hond dood langs de weg, iets wat in Nederland waarschijnlijk zou zorgen voor een kringetje met ramptoeristen eromheen, maar hier kijkt er niemand van op of om.
Niet alleen de honden worden hier slecht verzorgd, maar ook de paarden zijn heel mager en die lopen hier met karren vol koelkasten, fornuizen en oud ijzer door de steegjes. In de ochtend wordt je vanzelf om 05:30 uur wakker, niet alleen omdat het heel erg heet is, maar ook omdat er een dier is dat vreselijk veel lawaai maakt. Sinds gister zijn we er achter dat het de vogel van de overburen is, een papagaai in een parkietenkooitje. Gelukkig hebben niet alle dieren het slecht, er lopen hier ook genoeg honden rond die wel een laagje vet op de ribben hebben.
Vandaag waait het hard, wat super fijn is, want het kan hier ongeveer 35 graden zijn overdag. Als de zon ondergaat rond 17:00 uur koelt het gelukkig een beetje af en is het hier rond de 25 graden, heerlijk dus. Het enige nadeel is dat onze koelkast al twee dagen kapot is, waardoor we al onze boodschappen weer hebben moeten weggeooien en al het drinken warm is. Gelukkig is er goed nieuws, want vandaag wordt er een nieuwe koelkast gebracht, met wel twee verdiepingen, een echte luxe hier!
Aangezien we geen wereldstekker bij hebben voor de laptop, zal het volgende blog geschreven moeten worden op onze mobieltjes.


Hasta luego!

onderin foto's van de leerlingen, de school en mijn kamer